Premium

Niemand kreeg Johan Zwakman boos, behalve de slopende ziekte alzheimer van zijn vrouw

Niemand kreeg Johan Zwakman boos, behalve de slopende ziekte alzheimer van zijn vrouw
IJmuiden

Je moet van goede huize komen om Johan Zwakman boos te krijgen. In al die jaren in overlegorganen bij Hoogovens (later Corus) en nu Tata en als lid van het wijkplatform IJmuiden-Noord viel er altijd wel te praten met Zwakman die opgroeide in Burgerbrug, vlakbij Petten. Totdat zijn vrouw alzheimer kreeg. „Ik heb af en toe uit frustratie echt staan vloeken en tieren in de gang.”

Zwakman is een bezig baasje. Zijn 100-jarige moeder is net halsoverkop verhuisd naar een verzorgingshuis in de Kop van Noord-Holland en de huisraad moet uit het huis gehaald worden. En hij is elke dag bij zijn vrouw die aan alzheimer lijdt in Woonzorgcentrum Breezicht in IJmuiden.

Tussen de bedrijven door is de oud-Hoogovenswerknemer actief bij het wijkplatform IJmuiden-Noord en zit hij namens het wijkplatform bij de Burentafel waarin het staalbedrijf overlegt voert met omwonenden. Tijdens zijn werkzame leven zat hij namens de Vereniging voor Hoog Personeel in de ondernemingsraad van het staalbedrijf.

Als opgroeiende jongen in Burgerbrug in de Kop van Noord-Holland zag het er niet zo naar uit dat Zwakman op die fronten actief zou worden. Het was de tijd dat dubbeltjes nog niet zo makkelijk kwartjes konden worden.

„Mijn vader was eerst vrachtwagenchauffeur bij een bedrijf in veevoeder en kunstmest. Ontzettend zwaar werk. Die boeren zeiden: leg het daar achter maar even neer. En daar liep ie dan met zakken van tientallen kilo’s over zijn schouder. Mijn moeder zorgde voor mijn zus, broer en mij. We hadden een heel warm gezin.”

Onvoorstelbaar

De periode in Burgerbrug liep niet over van de sociale contacten. „Er waren een paar boerderijen en een rijtje huizen. Ik had niet heel veel vriendjes. Eén vriend, waar ik nu nog contact mee heb. Die heette ook Johan maar we noemden hem Joop omdat het anders verwarrend was. Dat vond ie niet leuk, heeft ie me laatst verteld.”

Het zware werk ging niet meer bij zijn vader. Spit. „Hij ging bij het Kleuterhuis werken als conciërge in Petten. Een soort opvang voor kinderen uit de stad waar ze konden aansterken. We gingen ook in Petten wonen.”

„Ik was geen hoogvlieger op school, vond de hoofdonderwijzer. Dus dat werd ambachtsschool. MULO of HBS was totaal niet aan de orde, zo ging dat toen. Mijn ouders waren te laag opgeleid. Onvoorstelbaar als je daar nu aan terugdenkt. Ik denk dat mijn ouders ook best hadden kunnen studeren maar dat kon toen niet.”

Zwakman ging naar de ambachtsschool in Alkmaar. „Bij de eerste ouderavond zei mijn mentor tegen mijn ouders: wat doet hij hier eigenlijk? Ik kon makkelijk naar de MULO, toch gebeurde dat niet. Geen idee eigenlijk waarom niet.”

Zwakman kreeg bij vertrek een eervolle vermelding op de ambachtsschool. „Een diploma kreeg je daar niet, alleen een getuigschrift.” De weg omhoog werd langzaam ingezet. „Ik ging naar de MTS in Alkmaar. Op de fiets heen en terug. Alleen het stuk over de Hondsbosschezeewering was even doorbijten. Als je dat achter de rug had, dan ging het wel. Het leek wel alsof je altijd wind tegen had.”

„Op de MTS heb ik alleen de schakelklas gedaan. Toen kon ik door naar de HTS in Haarlem. Daar deed ik het goed, ik slaagde bijna cum laude. Ik wilde eigenlijk timmerman worden, maar dat zag de ambachtsschool niet zitten. Ik koos voor elektrotechniek. De HTS was vanuit Petten niet te doen.”

Kraker

Student Zwakman moest de Noordkop uit. Zijn opa woonde in IJmuiden aan de Velserduinweg. „In de oorlog was hun huis aan de Willebrordstraat afgebroken. Na de oorlog kreeg hij via de wederopbouwplicht een woning aan de Velserduinweg in het centrum van IJmuiden. Mijn opa woonde met zijn zus in IJmuiden. Maar dat heeft niet lang geduurd: na zijn overlijden woonde zijn zus daar alleen. Ik mocht bij haar in de kost komen.”

Aan het eind van zijn studie ging zijn oudtante naar een verzorgingshuis in Purmerend. „Ik mocht eigenlijk niet in het huis wonen want ik had geen woonvergunning. En vanwege de woningnood moest de woning eigenlijk terug naar de overheid. Ik ben er toch gewoon blijven wonen. Ze hebben wel geprobeerd om het gas af te sluiten maar toen was ik niet thuis. Het water sloten ze wel af.”

Dat had de handige student Zwakman snel geregeld door zelf het water weer aan te sluiten. „Ik was dus een tijdje een soort van kraker”, lacht hij. „De rekeningen van het gas- water en licht gingen nog steeds naar Purmerend maar niemand bij de gemeente die toen die koppeling legde. De administratie was een grote chaos. Tijdens de studie heb ik nog een jaar met twee studiegenoten in het huis gewoond. Dus het huis is ook nog even studentenhuis geweest.’’

Tijdens een jongerenreis naar Duitsland leerde Zwakman zijn vrouw Ankie kennen. „Nee, ik had toen nog geen snor. Die heb laten staan toen ik in dienst ging. Ik kwam bij de Huzaren van Boreel terecht, een onderdeel van de Landmacht. Ik vond die snor wel chique. Eerst had ik ’m nog helemaal met een krul naar onderen. De ritmeester was er alleen niet zo over te spreken. Zo’n snor kon je alleen maar laten staan als je officier was. Toen heb ik als compromis het onderste stuk er af geschoren, maar die puntjes heb ik altijd gehouden.”

Hoogovens

Het was tijd om aan de slag te gaan. „Mijn eerste sollicitatie bij Hoogovens liep mis. De personeelschef bleek bij de reservisten te hebben gezeten en vond dat ik me te negatief had uitgelaten over het leger tijdens mijn sollicitatie, hoewel er niks mis was met mijn cijfers. De sollicitatie erna ging beter. Ik belandde in het laboratorium bij de afdeling Instrumentatie. Ik moest nog wel twee jaar naar Den Haag om me te specialiseren in meet- en regeltechniek. Ontzettend mooi technisch werk. Je bent als het ware een uitvinder. Ik kreeg specificaties op van waar een meet-apparaat aan moest voldoen en dan ging je aan de slag.”

De huidige discussie over de overlast van Tata volgt Zwakman met gemengde gevoelens. „Ik blijf een Hoogovenman. En Tata is een van de schoonste staalfabrieken van de wereld. Het verzet van nu komt van mensen die net een paar jaar in Wijk aan Zee wonen. Ja, dan moet je niet klagen over de overlast. Het is hetzelfde als naast een snelweg gaan wonen en dan klagen over dat er een snelweg ligt.”

Is dat wel zo? Ze klagen niet omdat er automobilisten over de snelweg razen maar omdat ze dat met 160 kilometer per uur doen. Met andere woorden: dat Tata zich niet houdt aan milieuwetten? „Ik snap wat je bedoelt. En het is ook goed dat er zaken aan de kaak gesteld worden. Maar het moet niet doorschieten. Dat Tata het in Nederland voor gezien houdt, is echt niet ondenkbeeldig. Ja, en dan? Dan krijgen we een vieze staalfabriek in China? Of ergens anders.”

Absurd

Of een schone staalfabriek op een plek waar niemand er last van heeft en die voldoet aan de milieunormen? „Ja, dat zou het mooiste zijn.” Maar de werkgelegenheid die hier last van gaat krijgen is enorm. Daar gaan zo’n dertigduizend mensen hun baan door verliezen, direct en indirect. En het fabrieksterrein saneren? Dat gaat miljarden kosten. En hoelang gaat dat duren? Dat kost decennia. Kortom. Geen goed idee.”

Hier spreekt ook een betrokken Hoogovenman die vocht voor het staalbedrijf in de ondernemingsraad. „Daar ben ik eigenlijk langzaam in gerold. Je had twee stromingen toentertijd: de FNV en de VHP (Vereniging Hoger Personeel). De VHP was meer gematigd. Ik kon nog wel aardig schrijven dus ik werd al snel secretaris hoewel ik ook nog een periode voorzitter van een OR ben geweest. Ik stond nooit zo op de barricade. Dat konden anderen veel beter. Een keer zijn we naar de Ondernemingskamer gegaan om de verkoop van de aluminiumtak door de nieuwe eigenaar Corus te verhinderen. Dat wonnen we glansrijk.” Later is de tak wel verkocht.

Ondertussen raakte Zwakman ook actief in de buurt in het wijkplatform IJmuiden-Noord. Naar aanleiding van een bouwplan voor een tien verdiepingen tellend gebouw op het Velserduinplein in IJmuiden. „Absurd was dat. Gelukkig is dat ook niet doorgegaan.” Het ontwikkelen van het centrum is nooit echt gelukt, beaamt Zwakman. „IJmuiden heeft geen hart. Ik heb wel eens gezegd: IJmuiden is mooi door wat er omheen ligt. Het strand, de zeesluis, de vissershaven, het Noordzeekanaal, Beecke-stijn, Spaarnwoude. Mensen die zich laatdunkend uitlaten over IJmuiden weten niet waar ze het over hebben.”

Compromis

Zwakman heeft aardig wat robbertjes uitgevochten met overheden over vernieuwingsplannen, nooit kon iemand hem op de kast krijgen. „Ik ben altijd erg van het compromis. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit boos ben geweest. Je kunt niet altijd je zin krijgen. Je bereikt meer als je aan tafel zit.”

Iets meer dan zeven jaar geleden kreeg Zwakman steeds meer ruzie met zijn echtgenote. Er klopte iets niet, bevroedde hij.

„Ze werd steeds vergeetachtiger. Vijandiger. Ruzie maken over de raarste dingen. Je denkt dan eerst aan een huwelijkscrisis. We hadden het er zelfs over met de kinderen. Mijn vrouw was altijd al bang dat ze alzheimer zou krijgen omdat dat in de familie zat. Toch heeft ze op dat moment geen moment aan gedacht dat ze alzheimer had. Kan je nagaan, zo ver was het al. We gingen naar de huisarts en die dacht een aan depressie maar ik geloofde dat niet. Uiteindelijk belandden we bij de psychiater. Daar moest ze onder andere de klokkentest doen. Dan moet je een klok met de cijfers erin tekenen en de wijzers op een bepaald uur zetten. Iemand met alzheimer kan dat niet. Toen was het meteen duidelijk dat het mis was. Ze herkende me nog wel hoor. In huis was ze heel onrustig. Ik kon haar geen moment alleen laten.” Wat geen gemeente of directie van een staalfabriek ooit lukte, lukte de slopende ziekte wel. „Ik heb af en toe uit frustratie echt staan vloeken en tieren in de gang omdat ik mijn eigen vrouw niet meer herkende. Ze was een totaal ander persoon geworden.”

Voordeel

De alzheimer had ook een voordeel. „Mijn vrouw wilde vroeger nooit naar Turkije op vakantie omdat ze dat maar een eng land vond. Toen ik vijf jaar geleden vroeg of ze zin had om naar Turkije te gaan vond ze dat geen enkel probleem, dat kwam natuurlijk omdat ze niks meer besefte.” Het was de laatste vakantie van het stel samen. Het werk in het wijkplatform leed er ook onder. „Ik moest echt oppas regelen als ik vergaderingen had. Overdag ging ze naar de dagbesteding. Op een gegeven moment ging dat niet meer. De familie besloot haar op te laten nemen in Breezicht in IJmuiden. „Die laatste nacht thuis was heel apart omdat je weet dat het de laatste nacht is. Zelf had ze het helemaal niet door. We hebben er nooit bewust over kunnen praten met haar, zoals je wel eens hoort bij andere mensen. Ze heeft er nooit verdriet over gehad.”

Zwakman zou Zwakman niet zijn als hij niet weer in een overlegorgaan belandt. „In Breezicht is geen cliëntenraad dus ik ben in overleg om die op te starten. Doordat mijn moeder nu in een verzorgingshuis zit in Schagen en mijn vrouw in Breezicht valt me wel op dat er verschillen zijn. In Schagen kan ik het patiëntendossier lezen waarin staat hoe ze de nacht is doorgekomen. In Breezicht kan dat nog niet. Voor dat soort dingen wil ik me wel sterk gaan maken.”

Over zijn vrouw: „Ik ben nog steeds blij dat ze er nog is. Ik kan haar nog knuffelen. Ze kent me nog, fysiek is ze nog gezond. Maar als ze nu zou vallen en in een rolstoel of bed zou belanden, dan zou ik dat wel heel moeilijk vinden. Dan hoop ik stiekem dat het ook in een klap voorbij is’’, zegt hij terwijl hij in de serre zit van het huis aan de Velserduinweg dat al zoveel heeft meegemaakt.