Premium

Gebarentaal in de trein, dankzij een goed idee van hoofdconducteur Els Quax: ’Ik kreeg zelfs een telefoontje van het Koninklijk Huis’

Gebarentaal in de trein, dankzij een goed idee van hoofdconducteur Els Quax: ’Ik kreeg zelfs een telefoontje van het Koninklijk Huis’
Velsen-Noord

Hoofdconducteur Els Quax uit Velsen-Noord had vier jaar geleden een goed idee: gebarentaal in de trein, zodat er ook met reizigers die doof zijn een praatje

kan worden gemaakt. Dankzij haar inspanningen zijn er nu binnen een app driehonderd gebaren beschikbaar die met het openbaar vervoer te maken hebben.

„Wat is eigenlijk het gebaar voor machinist?”, vroeg een collega Els op een dag. Ze had geen idee. Ook de gebaren voor ’sprinter’, ’spoor’ of ’kapotte bovenleiding’ kende ze niet. En dat terwijl Els toch behoorlijk goed thuis was in de taal van doven en slechthorenden. Zou het niet mooi zijn, dacht de Velsen-Noordse, als er een boekje met gebaren over het openbaar vervoer beschikbaar was?

Haar vraag zette ze op het interne netwerk van de NS. Niet veel later was ze samen met het hoofd van de afdeling Toegankelijkheid op bezoek bij het Gebarencentrum, de Nederlandse autoriteit op het gebied van gebarentaal, waar het ’superidee’ werd omarmd.

Die organisatie was juist bezig met het opzetten van een app die dienst moest gaan doen als gebarenwoordenboek. Besloten werd een module van de app ISignNGT aan het OV te wijden. Achthonderd ’gebaren voor onderweg’ zijn er gratis te vinden, waarvan driehonderd werden gefinancierd door de NS.

„Zo’n app is veel handiger dan een boekje”, zegt Els. „Een gebaar is namelijk altijd een beweging. Die beweging wordt met pijltjes aangegeven, maar niet iedereen kan daarmee goed uit de voeten. In de app staan ook filmpjes van mensen die de gebaren voordoen.”

Broer

Els werkt al 29 jaar bij de Nederlandse Spoorwegen. De in Beverwijk geboren hoofdconducteur heeft een broer met een zware verstandelijke handicap. Het gesproken woord heeft hij nooit goed onder de knie gekregen, maar een logopediste merkte dat hij wel in staat was via gebaren te communiceren. „Zo leerde hij praten in zijn eigen taal, met gebaren, mimiek en geluid. Ik noem het het Jaaps”, vertelt Els.

De gebaren werden al snel ook in het gezin gebruikt. Een gesprek met Jaap over eten, drinken of een broodje smeren, werd zo een stuk makkelijker. „We zijn ook zelf gebaren gaan maken, want in de jaren tachtig waren er amper boeken over gebarentaal beschikbaar.”

Toen haar leidinggevende haar jaren later vroeg welke taal ze erbij wilde leren, als aanvulling op het Engels, Duits en Frans, antwoordde Els half grappend ’gebarentaal’. „Dat heb ik niet op mijn lijstje staan”, zei hij. Toch lukte het Els om in de avonduren een cursus te volgen.

„Zodat ik meer met mijn broer zou kunnen praten”, zegt ze. „Maar ook voor het werk natuurlijk. In de stiltecoupé zat bijvoorbeeld vaak een dove reiziger zonder kaartje. Terwijl ik op een dag een boete voor hem uitschreef, hadden we een heel leuk gesprek. Hij was heel blij dat hij eindelijk in gesprek kon met een conducteur.”

Zo heeft ze inmiddels al meer ontmoetingen in gebarentaal gehad, vaak tot verbazing van andere reizigers. „Dove passagiers die ik vaak zie, vraag ik of het goed is als ik tegen de omstanders zeg dat hij of zij doof is. In de ochtenduren zijn er namelijk heel veel mensen die altijd op dezelfde tijd, op dezelfde plek gaan zitten. Als andere vaste reizigers weten dat iemand doof is, kunnen ze diegene op sleeptouw nemen, bijvoorbeeld bij een spoorwijziging.”

Sprinter

Met de deels gratis toegankelijke app ISignNGT, kan iedereen nu gebaren opzoeken. Els was nauw betrokken bij de samenstelling van de ov-module. „Ik heb de Engelse woordenlijst van de NS gebruikt om de benodigde woorden op een rij te zetten”, vertelt Els. „Maar dan nog was er over veel woorden overleg nodig. Neem nou het woord ’sprinter’. Om de trein aan te duiden is een ander gebaar nodig dan voor iemand die aan atletiek doet.”

Om de app te promoten, speelde Els mee in filmpjes van zowel de NS als het Gebarencentrum. Tijdens de opnames wees ze en passant nog een paar medespelers op de regels in de trein. „Een van de dove jongeren die meespeelden, had haar voeten op de bank gelegd. ’Voeten op de grond, anders krijg je een boete’, gebaarde ik. ’Ik dacht dat je een acteur was!’, zei zij.”

Voor haar inspanningen werd Els vorig jaar beloond met de Van Stappen-prijs van de NS. Els won in de categorie ’Dienstverlening aan Reizigers’. Ook kreeg ze een telefoontje namens het Koninklijk Huis. „Ik dacht eerst dat het een grap was, maar ik werd echt uitgenodigd voor de nieuwjaarsreceptie van de koning.”

Toch zijn dat soort aardigheidjes voor haar maar bijzaak.

„Het belangrijkste voor mij was te kunnen communiceren met mensen voor wie gebarentaal in feite de hoofdtaal is. Het gaat hier om een groep mensen die jarenlang min of meer is buitengesloten. Niet dat het een groep is die zielig is, ze redden zich prima, maar het idee dat er tot 1980 niet eens onderwijs in gebarentaal beschikbaar was, maakt mij weleens boos. In de trein merk ik dat het gebruik van gebarentaal veel frustratie wegneemt, want het is heel vervelend om je niet te kunnen uiten. De app helpt miscommunicatie voorkomen.”