Sinterklaas bestaat wel en Sinterklaas bestaat niet | column

René Diekstra

Wat doet het met kinderen, psychologisch, als ze ontdekken dat de volwassenen om hen heen hen jarenlang voor de gek hebben gehouden? Bewust dingen hebben verteld die niet waar zijn?

Het is een onderwerp waarover nauwelijks onderzoek is gedaan en dat onlangs weer eens bij me opkwam toen mijn kleinzoon Seb, 8 jaar, mij een vraag stelde waardoor ik me flink voor het opvoedblok gezet voelde. „Opa”, vroeg hij, „bestaat Sinterklaas echt?”

Mijn eerste neiging was te reageren op de manier waarop tal van volwassenen reageren als ze bij lastige vragen van kinderen de boot zolang mogelijk proberen af te houden: ,,Hoe kom je op die vraag?’’ Ik wist me net op tijd in te houden. Seb maakte me dat gemakkelijker door uit zich zelf toe te voegen dat een vriendje zegt dat Sinterklaas niet bestaat. Met een bekende psychologentruc kon ik daarop inspelen: „Seb, hoe zou je het vinden als ie gelijk heeft, als Sinterklaas inderdaad niet bestaat?” Even was hij stil en zei toen „Niet leuk. Maar dan heeft Sinterklaas ook niet de cadeautjes in onze schoenen gedaan gisteravond. Wie dan? Papa en mama? Jullie?”

Zowel zijn stem als zijn blik verried een zekere mate van ontgoocheling over iets dat zo bijzonder leek, maar dat niet waar blijkt te zijn. Ik heb ’m op schoot genomen en geprobeerd uit te leggen dat Sinterklaas een soort van spel is dat volwassenen voor kinderen gemaakt hebben. En evenals veel andere spellen is het een spel voor kinderen tot een bepaalde leeftijd. Echt bevredigend vond hij dat niet. „Maar dan jokken jullie dus wel tegen kinderen. En dat doen jullie bij andere spelen, ganzenborden of stratego toch niet?”

Ik kon niet anders dan ’m gelijk geven en heb ’m, uit een soort van zelfrechtvaardiging, in korte halen iets over de geschiedenis van de mens Sint-Nicolaas en het sinterklaasfeest verteld. Ook dat ik als kind het sinterklaasfeest heel leuk en spannend vond, juist omdat ik in Sinterklaas geloofde. En dat ik zelf later verschillende keren voor Sinterklaas heb gespeeld bij een club in de buurt, met de buurman als Zwarte Piet. En we verkleed ook altijd even bij ons thuis aanklopten en dat zijn eigen papa bij mij als Sinterklaas op schoot heeft gezeten en niet in de gaten had dat ik het was.

Daar leefde hij helemaal bij op, vond het prachtig om te horen. Heel samenzweerderig in mijn oor fluisterend en wijzend naar zijn jongere broertje en zusje, suggereerde hij: „Opa, zullen we dat nog eens doen, jij Sinterklaas en ik dan Zwarte Piet?” „Maar Seb”, heb ik mijn kans te baat genomen, „dat is dan toch eigenlijk ook jokken? Daarnet vond je dat nog niet goed.” Even was hij weer stil en vond toen blijkbaar de oplossing: „Da’s niet echt jokken toch. Da’s doen alsof.”

Zo’n ’alsof afspraak’ hebben we nog niet gemaakt. Maar bij het afscheid fluisterde hij mij nog wel in: „Opa, ik snap het hoor. Sinterklaas bestaat wel en Sinterklaas bestaat niet.”

Diekstra.rene@gmail.com

Net binnen