De grenzeloze zomer waarin we onszelf voorbij liepen | column

Haroon Ali

Deze zinderende zomer loopt nu toch echt op zijn einde. De zomer waarin alles weer kon en mocht. Ik schrijf deze column op mijn laatste vakantiedag in Noord-Macedonië. Na deze trip moet ik weer serieus aan de bak. Dus ik blik nog even terug op al die ingehaalde reisjes, concerten, feesten en festivals, al die hete dagen in en rondom het water. Activiteiten die ik gretig vastlegde, om niet te vergeten hoe vrij dit seizoen voelde.

Maar de euforie ging ook gepaard met anticlimaxen. Scènes die Instagram niet haalden, beelden die ik weer wiste. Zo had ik uitgekeken naar festivals met duizenden bezoekers, maar zag dat weinig mensen écht dansten en uit hun dak gingen. Biertjes van 3,30 euro smaakten ook wat bitter. En ik was vergeten hoe stressvol concerten waren, omdat een reus het zicht belemmerde, een bakvis non-stop stond te krijsen of iemand een scheet liet.

Gelukkig had ik een comfortabel hotel geboekt in San Sebastián, met een zwembad op het dak. Ik deelde een filmpje van het pittoreske uitzicht over de baai, maar liet niet zien dat er pal achter ons een flat werd gebouwd, met harde timmergeluiden en lelijke hijskranen. En dat het hotel was gekoloniseerd door een leger Amerikaanse amateursporters, die mijn hersenen pijnigden met hun wereldvreemde gewauwel en iedere zin begonnen met ‘bro’.

Vanuit Noord-Macedonië deelde ik ook vooral fraaie vergezichten en stijlvolle etentjes met vrienden. Maar ik ergerde me rot aan de gedateerde rocknummers die keihard door de restaurants knalden, met ‘Zombie’ van The Cranberries als dieptepunt. En dan die norse obers, die iedere vraag doodvermoeiend vonden. Eentje haalde zelfs zijn schouders op toen ik hem een spinaziepasteitje toonde waar een dikke, gebakken haar uit stak.

Het was de zomer van lange rijen op luchthavens, geannuleerde vluchten, verloren bagage, geblokkeerde wegen, treinstakingen, oplopende gasprijzen en inflatie. De systemen die we voor lief namen lopen steeds vaker vast, zonder duurzame oplossingen. Vele sectorenkampen met structurele personeelstekorten, omdat mensen harder moeten werken voor hetzelfde geld, onder slechtere arbeidsvoorwaarden. Alles staat op losse schroeven.

Toch planden we onze zomer vol met activiteiten, om de pandemie te vergeten. Maar we zijn daardoor overprikkeld. ’Ik ben wel weer toe aan een lockdown’, grapte iemand laatst. De coronastress maakte plaats voor nieuwe zorgen. We dansten op de vulkaan, terwijl andere landen in brand stonden of juist overstroomden. We genoten van de hittegolven, wetende dat ze ons voortbestaan bedreigen. We negeerden oorlogen en vluchtelingen.

„Ik word er moe van om in ongeëvenaarde tijden te leven”, is een meme die de laatste tijdvaak wordt gedeeld. Deze zomer was niet te vergelijken met voorgaande jaren. Maar tegelijkertijd was het een zomer zoals vanouds, althans, voor bevoorrechte westerlingen zoals wij. Dus blader ik nogmaals door mijn kleurrijke vakantiefoto’s uit alle hoeken van Europa, zodat ik de grijstinten hopelijk snel vergeet. ‘t Is hier fantastisch, echt waar.

Net binnen