De eenzaamheid, waarvan je weet dat alleen je concurrent die kan kennen | column

Nhung Dam

Tranen met tuiten huilden ze op de televisie. De tennissers Federer en Nadal zijn ooit 211 weken aaneengesloten de nummer een en twee van de wereld geweest zonder dat iemand daartussen kon komen.

Het leek me niet makkelijk, samen de top bestieren, al was er weinig sprake van ’samen’ in de eenzame wereld van tennis. De mannen hebben de afgelopen decennia, met ingehouden adem van de toekijkende wereld, afwisselend de Grand Slams uit elkaars handen geslagen, maar aan de eeuwige rivaliteit tussen hen is nu een einde gekomen. Afgelopen vrijdag speelde Federer zijn laatste wedstrijd.

Tot mijn negentiende turnde ik bij de selectie, met Mariska als mijn grootste concurrent bij de seizoenswedstrijden. Jarenlang bleven we tegen elkaar strijden in dezelfde categorie. Ik kende haar niet, maar vond haar irritant. Als ik oefende voor de salto, vroeg ik me af of zij ergens in Verweggistan die al onder de knie had. Als ik na een val niet meer de brug op durfde, dacht ik aan haar, en klom ik er weer op.

Dat ongekende talent van Federer, voor lange tijd onverslaanbaar, erkend als beste speler van de wereld, totdat de vijf jaar jongere Nadal ineens in de picture kwam, en de eerste wedstrijd ruim van hem won. Er volgde een jarenlang kat-en-muisspel, waarin de overwinningsbekers van de een naar de ander gingen. Federer werd vaak gezien als de betere speler; zijn techniek, het gemak, de souplesse, al heeft Nadal twee Grand Slams meer op zijn naam staan. Hij was de machine, standvastig, en won op een soort doorbijten en kiezen op elkaar-mentaliteit.

Rivaliteit en vriendschap. De eenzaamheid, waarvan je weet dat alleen je concurrent op diezelfde top die kan kennen. Daarbij lijkt tennis me een zoveel eenzamere sport dan voetbal. Na een overwinning zie ik een tennisser soms minutenlang verloren alleen op zijn bankje na zitten hijgen, anders dan bij voetbal waar een heel team je om de nek vliegt.

Deze eenzaamheid leek Federer te willen opheffen in zijn afscheidswedstrijd. Tien dagen voor de troepen uit, liet hij Nadal weten dat hij ermee zou stoppen, als een geheim dat je alleen je beste vriend wilt vertellen, misschien om hem over te halen mee te komen spelen bij de allerlaatste tournee, in een duo wedstrijd, zij twee samen tegen twee Amerikanen. Verloren.

Nadal was ontroostbaar: „I’m so sorry.” Hij had Federer vast een ander afscheid gegund. Daar zaten de twee mannen ineens als kleine schoolvriendjes hand in hand, tranen met tuiten te huilen. Wat zou er aan wedstrijden, pijn en overwinningen de revue zijn gepasseerd, daar op dat bankje. De frustratie die Federer hem in zijn carrière bezorgd heeft, maar vast nog veel vaker, zoals Mariska bij mij, het beste in hem naar boven heeft gehaald, en hoe nu verder zonder hem? Afscheid nemen van een alter ego dat je heeft gemaakt tot de sporter die je vandaag de dag bent, een betere jij, dat is ultieme rivaliteit en vriendschap.

Net binnen