Verduurzaming levert juist banen op | opinie

In de Limburgse mijnen draaiden het om dit zwarte goedje: steenkool.© Foto Pixabay

Andy Palmen

Vakbonden spelen een cruciale rol in de energietransitie. De verduurzaming levert nieuwe banen op en er zullen onherroepelijk banen verdwijnen. Recent waarschuwde de FNV dat sluiting van bedrijfsonderdelen van Tata Steel die kankerverwekkende stoffen uitstoten, zorgt voor ’een sociaal drama dat gelijk of erger is, aan de ellende na de sluiting van de mijnen in Limburg’. De bond doet daarmee aan bangmakerij. Terwijl de FNV juist goede lessen kan trekken uit de mijnsluitingen, aldus Andy Palmen, directeur Greenpeace Nederland.

„Kolen zijn nauw verbonden met mijn familiegeschiedenis. Tal van generaties werkten ondergronds, als opzichter of vervoerden steenkool met de hondenkar. Mijn betovergrootvader verloor zijn been bij een mijnongeluk, zijn houten prothese is nog te bezichtigen in een Limburgs openluchtmuseum. Zelf speelde ik in mijn jeugd achter mijn huis op een ’kolenberg’, een heuvel van steen- en kolenafval uit de mijn. Mijn grootvader Hens Palmen, was vakbondsbestuurder bij de Nederlandse Katholieke Mijnwerkersbond en nauw betrokken bij de mijnsluitingen.

Economische monocultuur

Tijdens de hoogtijdagen, werkte twee derde van alle mannen in de ’Oostelijke Mijnstreek’ in de kolenindustrie. Toen de sluiting werd aangekondigd, werkten 45.000 mensen voor de mijnen en nog eens 30.000 bij toeleveranciers. Er was sprake van een economische monocultuur. De mijnen beheersten niet alleen het werkzame leven, ook op sociaal en cultureel gebied waren ze dominant. De sportclub, fanfare en zelfs kerken werden opgericht of betaald door de mijnen. Toch was de vakbond als eerste warm voorstander van sluiting, een nieuw tijdperk kondigde zich namelijk aan.

Amerikaanse kolen waren goedkoper, olie bezig met een opmars en aardgas in Groningen werd ontdekt. Sluiting was onvermijdelijk en uitstel betekende dat jonge jongens voor niks werden opgeleid voor een baan, die ophield te bestaan. Het werk was vuil, gevaarlijk en ziekmakend. Velen kregen longziekten, een schrikbarende 1455 mijnwerkers stierven door ongelukken. Daarnaast realiseerde de vakbond zich dat de mijnbedrijven en de overheid pas zouden overgaan tot sluiting, als de vraag naar kolen was opgedroogd en de laatste gulden eruit geperst. In die fase, zou de onderhandelingspositie van de vakbond zijn verzwakt. De bond gebruikte haar sterke positie en de hoogconjunctuur, om het maximale eruit te halen voor de werknemers en voor nieuwe werkgelegenheid in Limburg.

En inderdaad, het kabinet hield tot het allerlaatste moment vol dat er een toekomst was voor de mijnindustrie. Toen Den Uyl de sluiting uiteindelijk aankondigde, waren kostbare jaren verspild. Onder druk van de vakbond, beloofde het kabinet vervangende werkgelegenheid. Een visie op deze nieuwe werkgelegenheid ontbrak, waardoor subsidies aan bestaande of noodlijdende bedrijven werden gegeven. Veel vervangende werkgelegenheid verdween weer binnen enkele jaren. Na sluiting van de laatste mijn duurde het nog twintig jaar, voordat de werkgelegenheid weer op het niveau was van voor de sluitingen. Er zijn buurten, waar de derde generatie nog steeds werkloos is.

Onvergelijkbaar

Bij Tata werken zo’n 9.000 mensen, in omvang op geen enkele manier te vergelijken met Limburg. In Noord-Holland is sprake van krapte op de arbeidsmarkt van een ongekend hoog niveau en er is schreeuwende behoefte aan vakmensen in tal van sectoren, ook in de duurzame energietransitie. Compleet anders dan de economische monocultuur van Limburg destijds. Tata sponsort voetbalclub Telstar en een schaaktoernooi. Onvergelijkbaar met het sociale weefsel dat kapot ging, toen de mijnen verdwenen.

De cruciale rol die vakbonden spelen, schept verantwoordelijkheid. De mijnsluiting gebruiken om werknemers angst aan te jagen en de veranderingen te remmen, past daar niet bij. Terwijl er belangrijke lessen te trekken zijn uit de mijnsluiting. De verduurzaming van Nederland is namelijk net zo onvermijdelijk als de mijnsluiting destijds. Er zullen mensen door geraakt worden en we moeten beter en respectvoller met hen omgaan, dan met de Limburgers destijds. Maar in plaats van een vakbond die in het defensief gaat en bestaande werkgelegenheid van vervuilende bedrijven verdedigt, hebben we een bond nodig die op tijd in het offensief gaat. Die niet wacht op treuzelende bedrijven en overheden, maar de transitie helpt versnellen. En meebouwt aan een groene en concurrerende economie en aan de banen van morgen. Misschien wel de belangrijkste les die de mijnen de FNV leren, is dat bedrijven die alleen kunnen bestaan ten koste van de gezondheid van mensen, moreel al lang failliet zijn.”

Net binnen