’Meneer, mogen we in de krant?’ Hoe weet ik niet, maar kennelijk staat allang vast dat ik dit niet kan weigeren | Column

Elisha, Samantha en Jedaya.© Foto Richard Stekelenburg

Richard Stekelenburg

Terwijl ik wat foto’s sta te maken van een kerk in verbouwing vanwege een artikel waar ik aan werk, klinkt schuin achter mij, vanaf ongeveer anderhalve meter boven de grond, een meisjesstem. „Bent u voor de krant foto’s aan het maken?”

Eerlijk gezegd weet ik dat nog niet, want ik heb geen idee of dit een stukje met foto gaat worden, maar voor het gemak zeg ik ’ja’. Ik kijk inmiddels in twee serieus vragende, bruine ogen. „Mag ik ook op de foto in de krant?” Die zag ik niet aankomen. Achter het meisje staat een vriendinnetje, duidelijk even benieuwd naar mijn antwoord als ikzelf.

Hoe leg ik vriendelijk uit dat dat een wat merkwaardige foto bij mijn stukje zou zijn?, ratelt het in mijn hoofd. Ik hakkel een begin van een uitleg, begrijp dat die nergens heen gaat, en vraag: ’Doe je misschien iets leuks of bijzonders…?”

„Ik zou een foto in de krant héél leuk vinden!”, zegt ze. „Mogen we in de krant?” De serieuze toon is nu verrijkt met een flinke scheut verwachtingen en beginnende blijdschap. Hoe weet ik niet, maar kennelijk staat allang vast dat ik dit niet kan weigeren. Weet je wat, denk ik, we maken een foto en ik zeg er duidelijk bij dat ik níets kan beloven. „We komen in de krant!!!”, klinkt het.

Vanaf de overkant is er prompt een derde meisjesstem: „Mag ik ook?!” „Jáááá!!” Zes tellen later staan drie meiden voor mij volleerd te poseren en vind ik mijzelf in een heuse photoshoot. Een bouwvakker loopt zingend voorbij: „Op de fóóóóto, op de fóóóóto...”

Inmiddels weet ik ook hun namen: Elisha, Jedaya en Samantha. Ja, het is ze duidelijk, dat ik niks kan beloven, maar: „WE KOMEN IN DE KRANT!!!’

Elisha, Samantha en Jedaya.© Foto Richard Stekelenburg

Net binnen